Eten, een dak, een bed en een moeder

De vraag waar ik de laatste tijd mee bezig was, vanwege de oorlog, is: wat dragen mijn foto’s nou eigenlijk bij? Wie zit daar nu op te wachten? Ik wilde iets doen wat echt betekenis had.

Maar de mensen om me heen zeiden: je hebt er geen invloed op, hou het bij jezelf en je omgeving. Ik hoorde hen wel maar ik kon er niks mee. Ik voelde het niet. Het gevolg was dat ik de laatste weken weinig zin had in foto’s maken en vooral ook dat alles wat ik maakte op een of andere manier niet naar mijn zin was. Ik voelde me schuldig en ik schaamde me, omdat ik niets van betekenis (in mijn ogen) deed.

Iemand die ik ken, Paul Breddels, zei me: maar wat bereik je als je stopt met die foto’s? Dat was een mooie opmerking en ook een die hielp. Niet dat de zin er direct mee terug was. Maar ik zag wel dat hij gelijk had.

Toen ging ik naar een galerie in Bergen, The Obsession of Art. Daar raakte ik in gesprek met de bijzonder toegewijde eigenaresse. Het gesprek ging over het werk van twee kunstenaars waar werk van hing: Andrea Padovani en Anne Francoise Ben-Or. Beiden werken ze (ik parafraseer hier het gesprek, dit zijn mijn woorden) vanuit thema’s die erg van toepassing zijn op dit moment: de waarde van veiligheid en een veilig thuis.

De uitwerking is heel anders; Padovani schildert de ‘dromerige weergave van alledaagse taferelen’; veel kamers en huizen in Italië met dat kenmerkende licht en die sprankelende kleuren. Ben’s werk is veel verstilder, de rust is duidelijk voelbaar. Beide prachtig en inspirerend. Het liet me nadenken over mijn eigen jeugd die vanwege een psychisch zieke en verslaafde vader vaak niet veilig was. En hoe ik heb moeten leren wat veiligheid is en zelfs om eraan te wennen.

En dat bracht me weer bij de onveiligheid in de wereld die veel zichtbaarder en urgenter is dan dat wat ik meemaakte. Immers: ik had eten, een dak, een bed en een moeder. Ik begon te begrijpen dat het nodig is om mooie dingen te maken; om een perspectief te bieden in een wereld waarin die voor velen ver te zoeken is. En langzaam kreeg ik weer wat zin.

Ik besef heel goed dat dit mijn eigen kleine wereld en worsteling zijn en ik schaam me bijna dat ik het vertel. Maar ik doe het toch omdat ik denk dat anderen er ook mee worstelen. Ineens kwam er weer een sprankje zin om te delen. Met in gedachten een volk dat huilt en vecht.