Kleurrijke zachte afbeelding van bladeren

ICM-fotografie: meer succes door 3 inzichten over beweging

Wanneer het over ICM-fotografie – intentional camera movement – gaat, wordt vaak als eerste gekeken naar de techniek. Welke bewegingen kun je maken met je camera? Je hoort dan termen als horizontaal, verticaal, draaien, zoomen, of van voren naar achteren bewegen. (Zelf voeg ik daar graag iets aan toe: meebewegen met de vorm van wat je ziet. Niet zomaar bewegen, maar afstemmen op de lijnen, ritmes en structuren in het beeld.)

Ook over sluitertijd valt veel te vinden. De meeste bronnen noemen waarden tussen een kwart en twee seconden. Dat is een goed uitgangspunt, maar ik merkte dat ik ook met een veel kortere sluitertijd (1/40 van een seconde) nog mooie en interessante beelden kon maken. Beschouw deze waarden dan ook echt zoals ze zijn bedoeld: als richtlijn.

Wat ik minder vaak terugvind, maar wat in mijn eigen werk van belang is, zijn twee minder besproken aspecten:

  • De snelheid van je beweging
  • De lengte van je beweging

1. Snelheid van bewegen

Wat mij opvalt, is dat veel fotografen in het begin te langzaam bewegen. Misschien uit voorzichtigheid of vanuit het idee dat langzame beweging automatisch ‘zachter’ of ‘mooier’ beeld oplevert. Toch blijkt in de praktijk vaak het tegenovergestelde. Een snellere, fellere beweging zorgt voor krachtigere lijnen, spannender contrast of juist een subtiel spel van kleur en licht.

Dat betekent niet dat het altijd snel moet. Soms vraagt een onderwerp juist om vertraging. Maar meestal merk ik dat het net iets sneller kan dan je denkt. En dat is iets wat lastig in woorden te vangen is; het gaat om gevoel, om aanvoelen. Alsof je met je hele lichaam deelneemt aan de foto.

2. Lengte van je beweging

Minstens zo belangrijk als de snelheid, is hoe ver je beweegt. Daarmee bedoel ik: tussen welke twee punten beweeg je de camera tijdens het maken van de opname?

Bijvoorbeeld: fotografeer je een boom, dan kun je bewegen van alleen de stam tot aan de stam met begroeiing onderaan, of misschien een stukje van de kruin. Alles daartussenin geeft een ander effect, een ander gevoel.

Werk je met een klein, opvallend element, denk aan een felgekleurde bloem in een veld, een raam in een gevel, dan is het belangrijk dat je je beweging beperkt tot dat specifieke deel. Ga je te ver, dan verdwijnt dat ene stukje waar je oog op viel in de beweging. Details vervagen snel in ICM, dus jouw beweging bepaalt wat zichtbaar blijft en wat oplost in de abstractie.

Waarom dit voor mij werkt in ICM-fotografie

In mijn ervaring ontstaat er iets bijzonders wanneer snelheid en lengte in balans zijn. Dan wordt ICM meer dan een techniek; het wordt een manier van intuïtief kijken en meebewegen met wat er is. Niet zomaar de camera bewegen, maar luisteren naar het ritme van een landschap, een vorm, een lichtval.

Dat is ook wat ik wil doorgeven in mijn werk: dat fotografie ruimte kan geven. Ruimte om te voelen, om te spelen, om los te laten. En dat het in die ruimte vaak de details zijn, zoals die ene beweging of die ene kleur, die het verschil maken. Lees hiervoor ook mijn blog Voor fotografen die van schilderen houden.

Laat je beweging dus niet alleen leiden door techniek, maar door aandacht. Aandacht voor het tempo dat past, en voor de grenzen die je bewandelt met je camera. In die aandacht ontstaat niet alleen een beeld, maar ook de ontmoeting met alles om je heen.

Meer lezen over hoe techniek je helpt bij betere ICM-foto’s? Lees Let op contrast is niet zomaar een tip.

Lees meer