Mijn taal is beeld. Met of zonder woorden.

 

eerst zie ik niks

loop ik gewoon

stevig door

licht op een duin

katjes aan de bomen

een knop die open gaat

mijn oog dat erop valt

de eerste klik

en nog één

en nog één

op mijn knieën

in bochten

voor een gele parel

op donker zeewier

ik moet erin

ik loop

ik zie

ik klik

driehonderd keer

zevenhonderd kan ook

blij van wat ik zie

niet te stoppen

flow

Mag ik je werk verkopen?’ Een galeriehouder benaderde haar negen maanden geleden. Hij begrijpt wat zij met schoonheid bedoelt. Zelfde gevoel ervoor. Kunst is schoonheid, lelijkheid kan ook, maar dan getransformeerd tot schoonheid. Het ligt voor het oprapen, te vinden in alles wat je tegenkomt. Lisette Geel is kunstenaar in woord en beeld, maar steeds meer de fotograaf. Fotograaf van abstractie in details. Daarvoor is alles bruikbaar, echt alles.

Tekst door: Nelleke de Jong, 26 februari 2022.

Het begon al toen ze klein was. Het beschermingsknopje van het systeem waarmee haar bed in elkaar gezet was, was niet gewoon een knopje. Ze zag er van alles in. Net als in het stopcontact, dat kon makkelijk de toegangspoort zijn tot een nieuwe wereld. De sifon van haar wasbak? Een droogkap. Ook in ‘mumsels’ valt van alles te zien.

Van niets iets maken

‘Mumsels zijn van die dingen die er eigenlijk niet zijn, maar die je wel ziet, doorzichtig zwevend door de lucht.’ Ze ziet ook het spel nog voor zich met de dopjes op de badrand, de aan- en uitknoppen van ‘heksje spelen’ met de verschillende kleuren badschuim.

‘Van niets iets maken’, besluit Lisette haar vroegste herinneringen van kunstenaarschap. ‘Ik had toen al een rijke innerlijke wereld.’ Voor Lisette is het leven kunst en kunst de kunst van leven. Ze is net vijftig geworden. Een mijlpaal. Voorbij de zorg van vijftig, kun je zeggen. Mijn vader ging dood toen hij vijftig was. Dus er is in de eerste plaats al blijdschap dat ik nog leef. Maar het is ook alsof mijn leven nu opnieuw kan beginnen, bijna of ik mijn vader ben die een tweede kans krijgt, jeugdtrauma achter me, achter hem misschien zelfs.’

Grenzen

Over het trauma dat een alcoholistische vader met zich meebrengt praat ze kort, bondig en trefzeker. Over alles praat ze trefzeker. ‘Het is er geweest, het was niet mooi, het was beschadigend, maar ik ben toch als mezelf uit de strijd gekomen.’ En elke dag voelt ze dat meer. ‘Hoewel ik het er eigenlijk niet over wil hebben, kan mijn verhaal niet zonder deze geschiedenis.’ Twee keer een burn-out heeft het haar gegeven, ook een woord waar ze liever niet het accent op legt. ‘Van benen die niet meer in beweging wilden komen tot uitgeput zijn omdat ik zo graag iedereen tevreden wilde maken in mijn omgeving.’

Voortdurend in touw voor het welbevinden van de ander. ‘Je zou kunnen zeggen dat ik mijn grenzen genegeerd heb, met voeten getreden zelfs, maar in de eerste jaren waren er geen grenzen.’ Iemand moest de drank door de gootsteen laten weglopen. Iemand moest de rol op zich nemen om haar moeder gelukkig te maken. Die rol pakte zij, hoe oneerlijk en onterecht dat ook blijkt te zijn met het inzicht van vandaag. Feitelijk riep niemand haar om hulp, maar de hulp die nodig was riep om haar. ‘Het had niet zo gemoeten, voor een kind, maar zo is het gegaan.’

Ze maakt een reuzensprong naar de kracht die ze bij zich draagt. Geleerd in die tijd. Iemand beschreef haar werk eens zo: ‘Met de vloed spoelen er dingen aan die bij eb blijven liggen, jij verbindt je met wat er op het strand achter blijft, je maakt er iets nieuws van.’ Ze wil er nog iets over vertellen, maar ze hink-stap-springt naar een conclusie: ‘Ik ben heel gelukkig uit de puinhopen gekropen, nu begint het leven echt.’

Rode colbert

Ze kon vroeger niet bezig zijn met wie ze was. ‘Terwijl het leven zich in de huiskamer afspeelde, ontkoppelde ik me van die werkelijkheid daar. Dissociëren, leerde ik later dat het heette.’ Verdwijnen in een boek of in haar eigen hoofd was een zoveel betere optie dan aanwezig zijn in het moment van toen. Wat gold voor thuis, gold ook voor school. Wel aanwezig zijn, maar vooral als toeschouwer, als aanschouwer misschien nog wel het meest.

Op de lagere school en in het voortgezet onderwijs idem dito. ‘Ik trok mijn rode colbert aan en was het blije meisje. Dat was ook geen enkel probleem voor me, ik ben van mezelf eenopgewekt en vrolijk mens. Dat het leven weinig vrolijkheid liet zien, deed daar niks aan aan af. Het rode colbert trok ik aan voor die andere versie van mezelf.’

‘De meest verklede van iedereen’, liet haar zus haar zien in het magazine van haar leven.

Op feestjes een niet van echt te onderscheiden Tante Til. Een kloddertje roze hier, een kloddertje roze daar. ‘Uitbundig in mijn rol, maar altijd met afstand tot de groep.’ De ene keer in verkleedkleren, de andere keer verscholen achter haar camera. Ze voelde altijd al ongemak bij groepen mensen. Ze heeft zichzelf geleerd via de camera aanwezig te zijn. Het is een vorm van erbij horen, zonder erin op te gaan’, legt ze uit.

Interessant hoofd

‘Als je kind bent is het niet leuk dat je er niet bij hoort, maar in de loop van mijn leven kwam de acceptatie: ‘dan hoor ik maar nergens bij’. De volwassen Lisette voegt daaraan toe ‘ik heb het vooral heel leuk met mezelf, ik heb een heel interessant hoofd.’

Pas toen ze zelf kinderen had, ontdekte ze dat haar interessante hoofd stond voor intensiteit, zowel in intelligentie als in voelen. Haar twee kinderen bleken slim en sensitief, zo kwam ze met terugwerkende kracht tot de conclusie dat haar overal-verbindingen-aanleggende en alles-opslaande hoofd een naam had die niemand in haar jeugd ooit in de mond had genomen. In tijden van overleven is daarvoor geen ruimte.

Nieuwsgierigheid

Het verklaart voor Lisette ook waarom ze zo voor kwaliteit en diepte gaat. ‘Mijn hoofd is gewoon zo ingesteld. Zat ik in de kroeg, dan kon het zomaar zijn dat ik vroeg: ‘hoe denk jij nou over het leven?’ ‘Lisette, we staan nu een biertje te drinken!’, kreeg ik dan als reactie.

‘Mijn moeder kreeg wel eens de vraag: ‘waarom geef je dat kind geen antwoord?’.

‘Het is te veel’ zei mijn moeder dan, te veel vragen, te veel nieuwsgierigheid naar zaken waar zij ook geen antwoord op had, het was gewoon te veel. Niet ik, maar mijn intensiteit. Dat je van intensiteit ook moe wordt, wist ik als kind niet. Mijn hoofd was mijn alles, mijn redder. De analytische motor waarmee ik mijn eigen werkelijkheid kon vormgeven. Ik leer het te doseren nu, want als je motor overuren draait, hou je het leven niet vol.’

De taal van het lijf

Haar hoofd maakt de verbindingen zo snel dat ze verzuimt de gedachten uit te spreken waarmee ze tot haar conclusie is gekomen. ‘Mijn lichaam is zó goed!’, zegt ze ineens in een gesprek over de kracht van denken. Het grotere verband zie je als gesprekspartner toch, dat komt door de accenten die ze legt in haar spreken, precies waar ze moeten. Dan begrijp je dat haar lichaam antwoord is gaan geven op de overuren van haar hoofd, dan vóel je dat ze nu weet dat het lijf signalen af zal geven. ‘Het lichaam heeft gelijk. Altijd. Als mijn hoofd gelijk had gehad, was ik nu dood geweest.’ Intuïtie en gevoel zijn nu haar belangrijkste wegwijzer.

Fotograferende schrijver, schrijvende fotograaf, kunstenaar?

En die wegwijzer wijst ineens een andere kant op. Met mijn hoofd heb ik schrijver kunnen worden. Van strategieën, van profielen en merken, een boek zelfs. De communicatiestrateeg in mij had het hoofd nodig. Daar voegde ik zeker mijn intuïtie aan toe, daardoor kreeg het de diepte die nodig is voor de kwaliteit die ik wil leveren. Maar er is iets veranderd. Iets wezenlijks.

‘Ik hoef die bestseller niet meer te schrijven. Niet iedereen hoeft mijn woorden mooi te vinden. Je mag mijn foto’s vaag vinden. Ik hoef ook geen beroemde fotograaf te worden. Het enige wat ik wil, is doen wat ik ten diepste ben. Beelden maken. Ik wil mensen raken en inspireren. Een gesprek op gang brengen. Mijn taal daarvoor is beeld. Met of zonder woorden, dat heb ik nog te ontdekken. Panta Rhei, zo sta ik erin. Alles stroomt en welke kant op, dat zie ik wel, op mijn gevoel. Het zal ontstaan onder mijn voeten in de duinen, op het strand. Op mijn buik, in het water desnoods. Vinger op de knop van mijn camera. Klik.’

Ze wil ervan leven. Van overleven naar leven.

‘Ik ben als een strand waar de zee overheen spoelt. Bij eb blijven er dingen achter.

Gebeurtenissen, emoties, ervaringen. Ik laat me raken door dat alles en creëer er dan iets nieuws mee:

oorspronkelijk

voor minder

doe ik het niet

driehonderd foto’s

vierhonderd

per dag

‘daardoor ben ik snel ontwikkeld’

het woord ontwikkelen

niet wederkerig gebruikt

doka

fixeer

ontwikkelbak

zij ís haar foto’s

achter haar

de analoge camera

van haar vader

geërfd