Hoe vind je je natuurlijke ritme?

In het boek Walden (1854) vertelt Henri David Thoreau hoe hij een eigen huisje in het bos bouwde en hoe eenvoudig dat eigenlijk is. Hoezeer een huis bouwen, een nest, een hol, eigenlijk de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn. Hij kaart aan hoe mensen die groot wonen verder van hun natuurlijke ritme afraken en zichzelf vastketenen, omdat ze ook meer moeten werken om dat allemaal te kunnen betalen…

Ik vind het verrassend dat zijn woorden al meer dan 150 jaar oud zijn en toch zo verrassend realistisch en modern. En hij heeft een punt. We ketenen onszelf vast met al onze spullen.

Ademhaling van de natuur

Het kan een waar avontuur zijn en verrassend prettig om eens een stapje de andere kant op te doen: terug naar waar wij horen,  zoals Sylvain Tesson beschrijft in zijn boek Zes maanden in de Siberische wouden. Hij woonde een tijdje in een Siberisch hutje aan een meer en schreef er een boek over. Minder scherp dan Thoreau in zijn Walden, maar enorm inspirerend omdat je als lezer meegevoerd wordt in zijn ritme, terwijl hij zich langzaam overgeeft aan de ademhaling van de natuur.

Naar je natuurlijke ritme

Wanneer we eropuit trekken, komen we eigenlijk thuis. Te midden van flora en fauna, geraakt door de elementen. Het natuurlijke ritme zit ook in ons eigen lichaam, maar vaak merken we dit niet meer op. Door in de natuur te zijn, worden we ons hier meer bewust van. We komen weer in het ritme van de dagen, de weken, de seizoenen. We deinen weer mee met de aardse getijden. Dagelijkse zaken worden – terwijl de wind met je haren speelt –  in een breder perspectief gezet en lijken minder belangrijk.

Subtiel maar noodzakelijk

In de natuur kun je dwalen naar waar je aandacht naartoe gaat, op een ander tempo dan ik in ieder geval gewend ben. In de natuur zijn prikkels van een ander niveau. Het zit meer in het subtiele, in de ontdekkingen, de uitzichten, de kleuren; schakeringen groen, bruin, maar ook rood, geel en blauw. Bomen warrig, statig, fier en soms gebroken. Kaalgevreten takken. Vlakten met diersporen. Hier en daar een boom met een ondiepe kuil eronder; een slaapplek. Tjilpende, krassende, fluitende vogels. Een onverstoorbaar grazende hooglander. Een nieuwsgierig hert. De grilligheid van het landschap is soms van een schoonheid die me ademloos maakt. Kortom; in de natuur kom ik tot rust en laad ik me op. Voor mij noodzakelijk om mijn leven te leiden.

Lees ook: Dwalen door de duinen, baden in het bos

Met fotograferen komt de rust

De rust in mijn foto’s ontstaat vaak door het fotograferen zelf. Meestal ga ik niet naar buiten met mijn toestel als ik voldoende rust neem of totaal ontspannen ben. Juist als ik moe ben of gestrest of verdrietig pak ik mijn camera en ga aan de slag. Ik word er rustig van en ga daardoor anders kijken. Dat kijken zie je terug.

Vorige week ontving ik een e-mail die zo hatelijk was, dat ik de natuur in ben gevlucht. Met de camera. Thuis alles achterlatend.

De vertrouwde paadjes lopen in een bos dat ik ken, al stampend en in innerlijke chaos. Tot ik bij een duinmeer aankwam, waar net het licht in weerspiegelde. En de bomen. En de wolken. Ik keek en bleef kijken. Ik was verdrietig en gelukkig.

Ik viel op mijn knieën om het beeld in de reflectie beter te vangen. Ik bestudeerde de schitteringen in het water. Ik speelde met de positie en de techniek.

Langzaam kwam de rust. Niet gemakkelijk deze keer, maar het fotograferen van de natuur hielp, als altijd.

Thuis werd er gekookt. Ik werd even ontzien. Dat gaf ook troost.

Later zei een vriendin: wat een mooie reeks foto’s was dat. Ik vertelde hoe ze tot stand waren gekomen en ze zei: daar moet je over schrijven.

Wanneer ik nu, een week later, naar de foto’s kijk dan zie ik geen boosheid, verdriet, of teleurstelling. Geen gekwetstheid of valse beschuldigingen. Ik zie de schoonheid van het leven.

Ik hoop dat anderen dit ook zien en dat die foto’s zo een troost zijn voor hen die dat nodig hebben. Een geruststelling, of zachtheid na een zware dag. Een kijk: dit is er ook. Dat de schoonheid helpend is.

Liefde geven aan die zekere persoon kan ik niet meer.

Maar de wereld mijn blik op haar schoonheid geven: dat zeker wel.

Ideeënexplosie in de natuur

Deze week maakte ik een wandeling met een creatieve man door de duinen. Anderson Farah regisseert, acteert, schrijft, schildert… als geen ander zag hij dan ook de zin van de wandeling. Lees meer

Dwalen door de duinen, baden in het bos

Bijna twintig jaar woonde ik aan de duinrand voordat ik niet alleen de schoonheid, maar ook de herstellende werking van de natuur ontdekte. Niet uit boekjes maar gewoon, door er te zijn. Ik kwam er tot rust, ging steeds meer details zien en voelde me steeds levenslustiger. Lees meer

Netwerkgesprek of afspraak? Ga samen naar buiten!

‘Vrijwillig’ naar buiten gaan kwam drie jaar geleden niet in mijn woordenboek voor. Liever zat ik binnen met een boek. Als ik afspraken met mensen maakte, was dat ergens in een café met een kop koffie.

Deze week heb ik maar liefst drie wandelafspraken: in de bossen bij Santpoort-Noord, in Heemskerk bij de Kruidberg en in Callantsoog bij het Zwanenwater.

Wat is er veranderd?

Uiteraard heb ik ervaren dat wandelen goed is voor mijn geest en lichaam. Ik ga dan ook vaak alleen naar buiten, om los te laten en op te laden. Al ben ik moe, chagrijnig of wat dan ook: na ongeveer een kwartier stevig doorlopen voel ik hoe mijn hoofd leger wordt en hoe zon, wind of regen, de bomen, planten en dieren en de grond onder mijn voeten mijn aandacht vragen. Even weg van het dagelijkse leven maakt dat ik anders tegen dingen aankijk en vaak zijn gevoelens minder heftig.

Ik geloof – en volgens mij zeggen wetenschappers hetzelfde – dat wandelen het natuurlijke tempo van de mens is. Zo kom je als het ware tot jezelf, in het ritme van de aarde. Ik in ieder geval wel.

En dan de geluiden. De geuren, de structuren, de kleuren. De frisheid, het ritselen, het kraken, het fluwelige of het barse, talloze kleuren groen, een oranje deken onder de beuken… Je zintuigen kunnen niet uitgezet worden in de natuur.

Woorden stromen gemakkelijker

Maar ook gesprekken blijken lekkerder te verlopen tijdens een wandeling. Gestaag voortstappend naast elkaar ontkom je aan het formele aan een tafeltje zitten en hoef je niet steeds naar elkaar te kijken. En het belangrijkste: wandelen geeft een plezierige cadans en een steeds veranderende omgeving als ritme voor de gesprekken. Gedachten en woorden stromen gemakkelijker. Terwijl ze wegwaaien met de wind spreek je ze ook vanzelfsprekender uit…

Al wandelend, soms tegen een duin op of door een greppel, dwalend tussen bomen of tijdens de ontmoeting met een hert, vloeien onderwerpen in elkaar over en kan het gebeuren dat je in de druppels op een blad of een spoor van een dier een vergelijking met je leven ziet. De natuur als metafoor. Zo liep ik met een verandermanager die me sporen liet zien van damherten en zagen we ineens de relatie met het gedrag van mensen in organisaties.

Na iedere wandeling ervaar ik weer dat ik dichter bij iemand ben gekomen. Ik kan me voorstellen dat het komt door de gezamenlijke ervaring. Al wandelend en pratend wijst de een de ander op het feit dat onder een beuk geen begroeiing is, of op een pad dat de dieren hebben gemaakt.

Een wandeling in plaats van een kop koffie drinken zorgt voor meer verbinding. En die koffie? Die kan natuurlijk altijd en smaakt na een stevige wandeling nog lekkerder!

Lees ook: Dwalen door de duinen, baden in het bos

BewarenBewaren

De seizoenen omarmen

Ik ben dol op de herfst en ik heb er in mijn omgeving al heel wat gesprekken over gevoerd. Iemand wees me zelfs op een blog De herfstfetisjist van Veldhuis. Wat het is? Een feest voor mijn zintuigen! De geur, de frisheid, de kleuren… Natuurlijk, dat met ‘boeken, thee en een dekentje op de bank’ is ook heerlijk, maar dat is niet per se wat ik bedoel met houden van de herfst. Ik heb het over herfststormen, het bos, vliegenzwammen en eindeloos veel foto’s maken… Als de wind door me heen waait en de bladeren om mijn hoofd dwarrelen ben ik gelukkig.

Wat ik echt mooi vind als ik het gesprek open over de herfst, is dat er mensen zijn die zeggen: ik hou van alle seizoenen. Ja, dan kun je echt het leven omarmen. Ik hou ook van andere seizoenen – ik vind de lente heerlijk en tot laat buiten zitten in de zomer heeft ook zeker wel wat, maar de herfst verwarmt mijn hart. Toen de herfst laatst zou beginnen en het bleef maar warm, vond ik dat jammer. Hoewel ik wel heb geprobeerd er volop van te genieten. En ik heb meer mensen gehoord die dat zo hebben ervaren, maar vast niet die mensen die houden van alle seizoenen…

Ook mooi is dat diezelfde seizoenomarmers er soms echt over nagedacht hebben. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: ‘Ik hou van alle seizoenen maar de zomer heeft minder z’n specifieke geur.’ Prachtig! (Is dat eigenlijk zo? Als het dertig graden in een weiland is heeft dat ook een geur, toch?)

De seizoenen spelen in ieder geval in mijn leven een grote rol. Het meest intens heb ik dat mogen ervaren toen ik voor mijn gezondheid iedere dag naar buiten moest. Ik heb toen de natuur achter mijn huis in al haar facetten ervaren. De foto’s die ik maakte, zette ik op Instagram en als ik daarnaar kijk voel ik nog de emoties van toen. (Sowieso is het mooie van Instagram – als je ten minste natuurliefhebbers volgt – dat je een mooie blik op de seizoenen krijgt.) Ik begon in de winter en langzamerhand werd het mooier weer en voelde ik me ook beter. Natuurlijk, in de herfst was ik weer helemaal genezen.

BewarenBewaren