Rinus van der Steen jeugdportret dienstplicht

Het verborgen verleden van oudoom Rinus

Het onderzoek rond Rinus begon met twee portretfoto’s. Rinus was de jongere broer van mijn opa. Ik heb hem ook gekend. Een leuke en vrolijke man, geboren in 1925. We wisten dat hij naar Nederlands-Indië was geweest, maar hij sprak daar nooit over. We wisten alleen dat hij malaria had opgelopen, waardoor hij af en toe flink ziek was. Maar verder zweeg hij over die periode. Wel maakte hij altijd grapjes.

Rinus voor en na de uitzending, twee portretfoto's

Portretten van Rinus, voor en na Nederlands-Indië.

Toen ik deze twee portretten naast elkaar legde, werd ik geraakt. Op de ene foto een jonge man, een jongen nog eigenlijk, voordat hij vertrok in 1947. Op de andere foto Rinus bij zijn thuiskomst, in 1950. Lachend, maar zijn gezicht vertelt een heel verhaal. Wat was er gebeurd in de jaren tussen die twee portretten?

Mijn speurtocht begon bij het opvragen van zijn officiële militaire Staat van Dienst. De administratieve feiten vertelden me dat hij op 8 mei 1947 met het schip de Johan van Oldenbarnevelt was vertrokken naar Belawan, een drukke havenstad op Sumatra. Hij werd ingedeeld bij de 33e Compagnie Aan- en Afvoertroepen (AAT). Een logistieke eenheid.

Mijn oog viel op een piepkleine mutatie in de documenten. Op 6 juni 1947 werd Rinus, kort na aankomst in de hoofdstad Medan, overgeplaatst naar ‘Mil. Slij. 2’. Dat bleek een militaire slagerij te zijn. Rinus zat in Indië bij de VTD, de Verplegings- en Transportdienst, waar de slagerij onder viel. Ik was in eerste instantie opgelucht dat hij waarschijnlijk niet had hoeven vechten.

Die opluchting bleek misplaatst. Vlak na Rinus’ aankomst in Medan brak een zware periode aan. Nederland vocht voor het behoud van de kolonie, terwijl Indonesische nationalisten streden voor een onafhankelijke republiek. (Over deze periode bestaan verschillende visies, maar in dit stuk ga ik daar niet op in omdat het hier gaat om het persoonlijke spoor van mijn oudoom.) Als militair moest ook Rinus gewapend wachtlopen en de basis verdedigen. Daarbij reed zijn eenheid (de 33 AAT) de zwaarste bevoorradingskonvooien dwars door gebieden vol hinderlagen. Zelfs als hij op de basis bleef om te slachten, werd hij dagelijks geconfronteerd met kapotgeschoten wagens en getraumatiseerde of gesneuvelde kameraden.

Van Google naar het depot

Ik begon gericht te zoeken naar de specifieke slagerij in Medan en kwam uit bij de website van het Nationaal Militair Museum (NMM). Daar leek een aanwijzing te zijn dat er ergens in hun collectie beeldmateriaal moest liggen. Ik besloot er een mailtje aan te wagen en legde mijn verhaal uit. De portretten stuurde ik ook mee. Tot mijn blijdschap kreeg ik toestemming om langs te komen in het depot van het museum.

Witte randjes van de geschiedenis

De betreffende doos met materiaal was al voor me klaargezet in een aparte ruimte, waarvoor bijzondere instructies golden. Ik zag op de tafel allerlei piepkleine zwart-witfoto’s met een wit randje. Die mochten alleen met handschoenen aangeraakt worden.

Toen ik de foto’s bekeek, wist ik niet wat ik zag. Op een daarvan stond Rinus, voor een militaire vrachtwagen. Ik herkende hem direct. Hij en zijn kameraden toonden de worsten die ze hadden gemaakt. Er ging zoveel door me heen. Hoe kon daar al die jaren die foto van Rinus hebben gelegen, ergens in een donkere doos?

Slagerij Medan, Nederlands-Indië rond 1947

Personeel van militaire slagerij poseert met worsten voor een militaire vrachtauto, rechts Rinus.

Op de achterkant van die kleine foto stond in een blauw handschrift de bevestiging, geschreven door een zekere A.Th. Lieverse: ‘M’n personeel met lever, bloed, […] en Brunswijkse smeerworst en hoofdkaas.’

In Medan bestond het slachthuis uit niet meer dan een afdak zonder wanden, met een vloer van aangestampte aarde. Zonder elektrische machines, maar met gigantische kookketels moesten de medewerkers zorgen dat de troepen te eten kregen.

Om echt te begrijpen wat deze foto betekende, moest ik de omstandigheden van de militaire slagers in Indië kennen. Via verder onderzoek stuitte ik op een artikel in SOBAT, geschreven door B.C. Kats. Hij beschreef de inventiviteit van Lieverse en zijn mannen (waaronder dus Rinus), zoals hoe ze worst maakten met een opgeknapte, oude stopmachine. Ook vertelde hij dat de slagerij de naam ‘Het knakworstje’ droeg.

Langzaam kreeg ik meer duidelijkheid over het leven van Rinus. Door de data van de Staat van Dienst te koppelen aan die ene specifieke overplaatsing naar ‘Mil. Slij. 2’, en die vervolgens te verbinden aan de opgedoken foto en het persoonlijke relaas in SOBAT, kwam zijn geschiedenis tot leven.

En ja, hoe het écht voor hem was, dat zullen we nooit helemaal weten. Wat dat betreft zeiden zijn zwijgen over deze jaren en zijn doorlopende grapjes misschien wel genoeg. Humor is een fijne bescherming…

Lees meer

Colorful life
algemeen

Fotokunst: kijken is luisteren

Fotokunst: kijken is luisteren Petra Hiemstra van Haagse Hoogvliegers heeft in 2022 een mooi artikel opgenomen over mijn fotokunst. Je lees het hier.  Hieronder zie je

Lees verder »
transformation is fotokunst van Lisette Geel
fotografie

Alles stroomt

Alles beweegt, alles verandert, alles stroomt. Ook al zien we het niet altijd. Ook in de natuur is geen moment hetzelfde. Het weer, de temperatuur,

Lees verder »
persoonlijke groei

Nieuwsgierig naar alles

Het heeft best lang geduurd voordat ik mijn aangeboren nieuwsgierigheid als een goede eigenschap zag en ook had geleerd hoe ik die kon laten werken

Lees verder »
fotografie

Gelaagdheid

De gelaagdheid in de wereld vraagt om lagen in mijn fotowerk. Er is zoveel aan de hand. Een oplossing voor het een roept een vraag

Lees verder »