Thuis aan de duinrand

Ik woon al twintig jaar aan de rand van de duinen, maar pas sinds een half jaar ga ik deze plek echt waarderen.

Al een tijdje denk ik na over hoe dat komt.

Ik vond het duinlandschap niet vrolijk van kleur, wat gematigd, en ik zag er ook niet zoveel boeiends. Lopen door het duin voelde als een beetje voortsjokken. Al dat helmgras. Al dat vale groen en geel. Al dat mulle zand. Die scheefgegroeide dennen.

Nee, dan het bos, of de weilanden rond de plek waar ik geboren ben (provincie Utrecht). Ik miste die natuur iedere dag, hier aan de kust.
Maar op een dag realiseerde ik me het volgende: toen ik een jaar of vijftien was wilde ik later aan zee wonen. Het leek me heerlijk. Die wind, de golven, het ruisen. De uitgestrektheid. Maar nu ik er woonde, wilde ik eigenlijk weer naar die andere plek…
Het lijkt op het romantische verlangen van schrijver en zeeman J.J. Slauerhoff. Op zee verlangde hij naar land en op het land wilde hij weer naar zee. Uiteindelijk draaide het om het verlangen en voelde hij zich nooit echt rustig. Ik dacht dat die rusteloosheid, net als bij Slauerhoff, gewoon bij mij hoorde.

In januari van dit jaar moest ik mijn werk neerleggen omdat mijn lichaam niet meer wilde. Het bleek een burn-
out, maar dat wist ik toen nog niet. Om te ontspannen en op krachten te komen ging ik vaak wandelen. Naar zee, maar ook door de duinen, de meest voor de hand liggende plek aangezien ik die zelfs kan zien uit mijn
keukenraam. Ik nam mijn fototoestel mee omdat het me té saai leek, alleen maar lopen.

In het begin liep ik met tegenzin, maar langzamerhand ging er er steeds meer van genieten. Hoe dat kwam?

In onze duinen leven ook Schotse Hooglanders en konikspaarden. Die lopen achter een hek, dus vanuit mijn raam kan ik ze niet zien. Als ik een minuut of twintig loop kom ik bij een klaphek, en als ik daar doorheen ben kan ik ze tegenkomen…

Het klinkt misschien een beetje lachwekkend, maar voor mij voelt het duingebied na hek, als het met een klap is dichtgevallen, altijd een beetje als Jurrasic Park. Niet dat ik denk dat de dieren me aanvallen, maar toch… Het zijn geen kinderboerderijbeesten, om het maar zo te zeggen. Ik voel me ‘into the wild’..

Enfin, mijn wandelingen waren in het begin pas echt geslaagd als ik deze dieren zag en fotografeerde. Later ging ik ook het kleinere waarderen. Een plant vol rupsen, een kikker met zijn ogen boven het water, een konijn in het volle zonlicht… ik ging ook veel meer zien dan daarvoor.

Ik kwam opgeladen, vol inspiratie en met mooie foto’s thuis. Voor ik het wist begon ik van de duinen te houden. Mensen zeggen dat de foto’s die ik maak hen tot rust breng. Ik denk dat dat komt omdat ik van die omgeving tot rust kom. Ik leg alles af, ik voel me verbonden met waar ik ben.

Dat betekent niet dat ik nooit naar meer het bos of het weiland verlang. Maar ook daar kan ik gewoon naartoe als ik wil. Een vriendin van mij zei toen ik hier ging wonen: wie thuis is in zichzelf, is overal gelukkig. Ik geloof dat het eindelijk zover is.

BewarenBewaren