Ik barst uit elkaar van trots

Ik kom uit een ‘vrouwenclan’, zo noem ik het maar. Oma en vier dochters; mijn moeder en haar zussen. Ik ken geen families – maar ze zijn er vast – waar de zussen zo hecht zijn. Ook al ergeren ze zich soms aan elkaar; de liefde wint het. Ze zijn er altijd voor elkaar. Daarbij zijn het geen zeurpieten. Regelmatig gaan de brillen af op verjaardag of feest. Van het huilen, maar dan van het lachen.

Oma is er al een tijd niet meer maar leeft nog voort in gedachten en verhalen. Zelfs af en toe – in een flits – in mijn spiegelbeeld.

Maar nu is een van de zussen ziek. Het maakt me verdrietig en ik denk veel aan haar en aan de andere zussen. Maar vooral barst ik uit elkaar – van trots.

Trots dat dit de familie is waar ik uit voortkom. Hoe ze zich inzetten. Hoe ze vechten voor de beste zorg. Hoe ze al hun liefde geven, meer dan fysiek misschien mogelijk is. Ik ben trots als ik hoor dat verpleegkundigen zeggen hoe bijzonder het is dat de zussen er iedere dag zijn.

Natuurlijk, denk ik, natuurlijk zijn ze er. Dit is mijn familie. Bijna te mooi om waar te zijn.