Een van de namen op het Vissersmonument in Egmond aan Zee is die van Glijn Zwart (1880).

Glijn Zwart (1880).
Glijn Zwart (1880).

Glijn Zwart is de betovergrootvader van mijn kinderen via mijn schoonfamilie en werd geboren in 1880. Hij trouwde met Antje Vis (1884). Ze kregen samen vijf kinderen, van wie er een vroeg overleed.

Net als vele anderen in het dorp was Glijn Zwart visser. Hij viste onder meer op haring. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, op 25 juli 1918, liep het schip waarop hij voer, de IJm 25 Ena, op een mijn. Glijn was een van de zes omgekomen bemanningsleden, de enige uit Egmond.

 

 

Weer trouwen

Over dit ongeluk is er in Egmond al veel geschreven. Maar over zijn weduwe niet. Zij bleef achter met vier kinderen. In 1926 wilde Antje opnieuw trouwen. Ze was toen al in verwachting. Via de rechtbank moest Glijn Zwart tweemaal gedagvaard worden, omdat zijn lichaam nooit gevonden was. Antjes verzoek werd gehonoreerd toen de baby al geboren was.

In de krant valt te lezen:

… dat er ten aanziens van gedaagde sedert 25 juli 1918 rechtsvermoeden van overlijden bestaat en aan eischeresse verlof zal worden verleend om een nieuw huwelijk aan te gaan.

Helaas is het van een huwelijk nooit gekomen: ook deze tweede man bleef op zee. Zijn zoon kreeg – omdat het huwelijk nog niet voltrokken was – ook de naam Zwart.

Hoe het verder ging…

Het is niet voor te stellen hoe het leven van Antje geweest moet zijn. Dat ze zich in ieder geval verbaal ‘welbespraakt’ bleek te redden, blijkt uit het berichtje uit de Alkmaarse C, 4 november 1931.

 

Uit een ander krantenbericht blijkt dat zij meer dan twintig jaar later nog een schadevergoeding kreeg als nabestaande, door de Duitse regering. De laatste zin ‘vooral in de huidigen tijd, waarin alles weder zoo levendig in herinnering komt, ongetwijfeld de weemoed van de schrijnende herinnering die thans weder wordt opgewekt’ treft me. Terwijl de volgende oorlog voor de deur stond, was deze vergoeding wellicht een schrale troost.