Met fotograferen komt de rust

De rust in mijn foto’s ontstaat vaak door het fotograferen zelf. Meestal ga ik niet naar buiten met mijn toestel als ik voldoende rust neem of totaal ontspannen ben. Juist als ik moe ben of gestrest of verdrietig pak ik mijn camera en ga aan de slag. Ik word er rustig van en ga daardoor anders kijken. Dat kijken zie je terug.

Vorige week ontving ik een e-mail die zo hatelijk was, dat ik de natuur in ben gevlucht. Met de camera. Thuis alles achterlatend.

De vertrouwde paadjes lopen in een bos dat ik ken, al stampend en in innerlijke chaos. Tot ik bij een duinmeer aankwam, waar net het licht in weerspiegelde. En de bomen. En de wolken. Ik keek en bleef kijken. Ik was verdrietig en gelukkig.

Ik viel op mijn knieën om het beeld in de reflectie beter te vangen. Ik bestudeerde de schitteringen in het water. Ik speelde met de positie en de techniek.

Langzaam kwam de rust. Niet gemakkelijk deze keer, maar het fotograferen van de natuur hielp, als altijd.

Thuis werd er gekookt. Ik werd even ontzien. Dat gaf ook troost.

Later zei een vriendin: wat een mooie reeks foto’s was dat. Ik vertelde hoe ze tot stand waren gekomen en ze zei: daar moet je over schrijven.

Wanneer ik nu, een week later, naar de foto’s kijk dan zie ik geen boosheid, verdriet, of teleurstelling. Geen gekwetstheid of valse beschuldigingen. Ik zie de schoonheid van het leven.

Ik hoop dat anderen dit ook zien en dat die foto’s zo een troost zijn voor hen die dat nodig hebben. Een geruststelling, of zachtheid na een zware dag. Een kijk: dit is er ook. Dat de schoonheid helpend is.

Liefde geven aan die zekere persoon kan ik niet meer.

Maar de wereld mijn blik op haar schoonheid geven: dat zeker wel.