Een Utrechtse voorouder waar ik best een beetje trots op ben, is Lambertus Tieland. Hij is in ieder geval veel dapperder dan ik. Als noodwaker bewaakt hij samen met zijn kameraad Adrianus Frishart de Utrechtse straten en grachten rond 1780. Daarbij valt hij van het ene avontuur in het andere; de archieven laten zich lezen als een spannend jongensboek. Een soort achttiende-eeuwse variant op De Cock en Vledder.

De klopjacht bij de Smeebrug
Het politiewerk van Tieland en Frishart was vaak een kwestie van oplettendheid en direct handelen. In de nacht van 3 januari 1783, rond twee uur ‘s nachts, zien zij in de Geertesteeg een man die hen net iets te vriendelijk goedemorgen wenst en verdacht stil blijft staan. Het duo wacht af in de schaduw. Even later komt er een handlanger uit de Houtkoperssteeg met een gestolen dennenbalk, een ‘juffer’ van maar liefst dertig voet lang, op zijn schouder.
Wanneer de dieven de noodwakers in de smiezen krijgen, gooien ze de loodzware balk op de grond en zetten het op een lopen. Tieland en Frishart zetten de achtervolging in en weten de verdachte te pakken. De man valt smekend op zijn knieën en probeert zich eruit te praten: het was ‘maar een stukje hout om te branden’. Lambertus kent geen genade. De dader belandt diezelfde nacht nog in het stadhuis.
Milieucriminelen in de kraag gevat
In oktober 1782 betrapt het duo tijdens hun ronde bij de Geertebrug nachtwerkers die illegaal hun stronttonnen rechtstreeks in de stadsgracht lozen (‘vuijligheid’ in het water’), in plaats van in de daarvoor bestemde schuit. Tieland wacht niet tot de volgende ochtend. Hij loopt direct naar het huis van de werkgever, putgraver Cornelis de Jong, haalt hem in het holst van de nacht uit bed en geeft hem ter plekke een boete voor dit milieudelict.

Vuistgevecht in ‘Het Wijnvat’
Dat Lambertus fysiek nergens voor terugdeinsde, bewijst een gewelddadig incident op 1 april 1781 in herberg Het Wijnvat aan het Buurkerkhof. Vijf stomdronken dragonders (zwaarbewapende militairen te paard) weigeren de herberg te verlaten. De situatie explodeert wanneer dragonder Koopman de herbergier aanvalt, militaire zwaarden (‘pallassen’) trekt en de vrouw van de herbergier meesleurt.
Tieland, die op dat moment als oppasser in de herberg aanwezig is, twijfelt geen seconde. Terwijl het glaswerk sneuvelt en omstanders tegen de grond worden gewerkt, stort Tieland zich in de chaos. Hij weert de aanvallende militairen af en weet de herbergier en zijn vrouw met brute kracht te ontzetten, totdat een militaire korporaal de dragonders uiteindelijk afvoert.

De beschermer van de zwakkeren
Tussen alle actie door toont het archief ook het patroon van een man die hard optrad waar onrecht plaatsvond in de huiselijke sfeer. In augustus 1782 brengt Lambertus een vrouw in haar kraamtijd in het holst van de nacht in veiligheid, nadat zij door haar stomdronken man met grof geweld het huis is uitgejaagd.
Waar de gemiddelde Utrechter in de achttiende eeuw zijn deuren en luiken stevig vergrendelt voor de nacht, stapt Lambertus Tieland, wonend in het Zilversteegje, juist die donkere stegen in.

Zilversteegje rond 1900, veel later dus dan deze geschiedenis.
Wil je je familiegeschiedenis laten uitzoeken? Lees snel verder!
Dit artikel staat ook op Substack.
Bron: Criminele stukken van de schout vanaf 1728, Het Utrechts Archief. Afbeeldingen van boven naar beneden: Gezicht op Stadskraan Utrecht, Jan de Beijer, 1736-1750, Vioolspeler voor een herberg, Cornelis Ploos van Amstel, 1767-1770, Gezicht op de Oudegracht te Utrecht , Hiltrop, J. van, 1782., Foto van de Zilversteeg rond 1900, Archief Utrecht.