Mijn boekhouder zei altijd dat ze benieuwd was naar de verhalen achter de cijfers. En nu, door mijn stamboomonderzoek begrijp ik haar.
Wat vertellen de cijfers en data die ik heb ontdekt over mijn voormoeders (die me mateloos fascineren) nu eigenlijk? En hoe giet ik wat ik weet in een verhaal?
Ik kreeg er behoefte aan om dichter op de huid van mijn voormoeders te zitten. Hoe ik dat doe?
Toen ik op een bepaald punt was gekomen in het onderzoek naar mijn voormoeders, arme Utrechtse vrouwen, kreeg ik behoefte aan interpretatie. Ik had geboorte- en overlijdensakten, huwelijksdata, ik had in kaart welke kinderen geboren waren en wie er opgroeiden. Ik wist wat over beroepen, over de bedeling die ze ontvingen, over beroepen en adressen.
Ik heb natuurlijk geschiedenis op school gehad. Maar dat matchte niet met wat ik nodig had. Het liefst wilde ik weten hoe ze zich voelden. Waren ze net zo verdrietig als een kind stierf als tegenwoordig? Wat aten ze? Hoe zag hun huis en omgeving eruit? Waren ze ook weleens blij, al waren ze arm en kenden ze veel verdriet? Op deze vragen zal ik nooit precies antwoord krijgen. Maar door te lezen over de periode en plaats waar ze woonden, krijg ik wel een idee.
Naast veel inventarissen vol cijfers en data in archieven, is er veel meer geschreven dat bewaard is gebleven uit die tijd: literatuur en andere teksten. Romans, gedichten, dagboeken, reisgidsjes, pamfletten, etc. En ook daarin staat een schat aan informatie. Oké, misschien niet over mijn voormoeders zelf, maar wel over leefomstandigheden en gewoonten.
Leuk en interessant is bijvoorbeeld het dagboek van Jacob van Lennep, waarin hij met een vriend door heel Nederland reist in 1823 (moderne uitgave). Zijn dagboek staat vol met allerlei boeiende details, als wat ze aten in de herberg (karbonades) en allerlei ontmoetingen. Een ooggetuigenverslag van Nederland. Ik was natuurlijk benieuwd of ik iets kon vinden om mijn plaatje in te kleuren en las onder andere over Utrecht:
“Ziet de hele stad er al binnen de muren somber en melancholiek uit, de ernstig vervallen buitenmuren leveren een nog droeviger gezicht op. Alleen aan de kant van de Wittevrouwenpoort zijn vier bastions omgezet in tuinen en er zijn daar zelfs een lakmoesfabriek en een suikerraffinaderij.”
Mijn voormoeder Hendrica (1820-1904) werd volgens haar geboorteakte geboren bij de Wittevrouwenpoort. Hier krijg ik dus iets meer informatie over de omgeving waar ze woonde.
Geen zin om in oude teksten te duiken? Ook boeken van literatuuronderzoekers, zoals emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Marita Mathijsen, bevatten veel moois. Bijvoorbeeld De gemaskerde eeuw; een boek over de mentaliteit in de 19e eeuw in Nederland, op basis van culturele kennis en tekstfragmenten uit romans en gedichten. Voorbij komen bijvoorbeeld de seksuele moraal, ziekte, dood, zelfmoord, misdaad, straf, gezinsleven, geloof en liefdadigheid.
Van haar leer ik dat mensen in die tijd de dood niet gemakkelijker vonden dan nu omdat er meer kinderen stierven; het verdriet was net zo rauw. Ook lees ik dat mensen vaak pas trouwden als er een kind op komst was, wat mijn beeld ook weer verder inkleurde (meerdere voormoeders waren zwanger voor ze trouwden). Marita Mathijsen brengt met haar manier van schrijven die tijd echt tot leven. Echt een aanrader.
Ook boeiend en wat feitelijker is Utrecht en de cholera, waarin veel over deze infectieziekte staat, maar ook hoe die werd aangepakt; denk aan hygiëne, armenzorg en liefdadigheid. Dit boek zorgde ervoor dat ik weer een stapje dichter bij mijn voormoeder Hendrica en haar gezin kon komen; haar man overleed tijdens de grootste cholera-epidemie.
Hygiëne en leefomstandigheden speelden een grote rol bij deze ziekte. Uit dit boek leerde ik hoe armen samen vaak slechts in een bedompte en slecht geventileerde ruimten woonden, sliepen op (nooit ververst) beddenstro en onder vodden of hun eigen kleding. Wat betreft eten: dat was waarschijnlijk niet veel meer dan aardappel en (soms?) grutten.
Een andere interessante bron: tekeningen, prenten en schilderijen. Ook die laten meer zien over de leefomgeving, kleding en gewoonten. Op schilderijen uit die tijd speur ik bijvoorbeeld naar volkse vrouwen om te zien wat voor kleding ze droegen.
Ik zoek ook tekeningen van de plekken waar mijn voormoeders werden geboren. En op een kaart uit 1820 heb ik alle adressen aangetekend waar Hendrica woonde, zodat ik een idee krijg van de omgeving: de noordwestelijke hoek van Utrecht.
En zo wordt mijn stamboomonderzoek met het verhaal van mijn voormoeders langzaam ingekleurd.
Ik teken van mijn voorouders ook portretten op. Eerst de data: geboorte- of doopdatum, huwelijk, kinderen, overlijden, sterfdata en trouwdata van kinderen, plaatsen en adressen.
En vanaf dat moment zocht en zoek ik steeds meer informatie om er een verhaal van te maken. Net zoals ik dat tegenwoordig doe voor mijn klanten. Denk aan informatie uit bedelingsregisters, bevolkingsregisters, testamenten, literatuur, informatieve boeken, en prenten en schilderijen.
Ik stel ook vragen aan mezelf in deze documenten die ik later weer beantwoord. Zo is een voormoeder naaister en een voorvader kleermaker. Was dan het verschil? Dat wil ik weten. Waar ik kan voeg ik foto’s en afbeeldingen toe en natuurlijk afbeeldingen van aktes.
Al vanaf dat mijn kinderen heel klein waren (twintig jaar geleden) heb ik een muurtje met foto’s van mijn voorouders van hun vaders kant en van mijn kant. Zo konden zij al vroeg zien van wie ze afstamden. Als je ze niet in het zicht wilt hebben is een hal hier een mooie plek voor.
Overigens: heb jij oudere familieleden die nog leven? Aarzel niet en vraag ze om foto’s en verhalen die ze eventueel hebben. Tegenwoordig hoef je (en hoeven zij) er alleen maar een foto met je mobieltje van te maken. Op deze manier heb ik onlangs nog foto’s van mijn oma met haar zussen in matrozenpakjes in bezit gekregen van een neef van mijn moeder.
Met het optekenen van de verhalen ontstaan er bij mij gevoelens die ik graag in de verhalen wil verwerken. Daar maak ik nu schetsen bij. Ik ben nog in de beginfase, maar hier zie je wat voorbeelden. Je kunt hier natuurlijk maken wat je wilt en het hoeft niet ingewikkeld te zijn.Ik heb bijvoorbeeld nog het idee om een naam, geschreven door een voorouder bij de ondertekening van de huwelijksakte, te vergroten en daar dan iets mee te doen.
Meer lezen
• Boek: De zomer van 1823 – Jacob van Lennep en Geert Mak
• Boek: Utrecht en de cholera – P.D. ’t Hart
• Boek: De gemaskerde eeuw – Marita Mathijsen
