Van patroniem Gerritze naar familienaam Gerssen.
Mijn meisjesnaam is Gerssen. Mijn vader heette Gerrit Gerssen. Mijn opa ook. Zijn opa ook. Zijn vader ook. En diens vader… eerst niet.
De achternaam Gerssen heb ik in mijn stamboom voor het eerst kunnen traceren in een akte van 27 januari 1817. Toen werd Samelja Gerssen geboren in Vleuten, als zoon van Geurt Gerssen en Willemijntje Stam.
Van Gerritze naar Gerssen
Geurt werd in 1777 in Leersum geboren als zoon van Gerrit Geurtze en Hendrikje Gijsbertze. Hij trouwde als Geurt Gerritze op 19 november 1809. Hij woonde met zijn vrouw Willemijntje Stam in Vleuten. Daar kregen ze meerdere kinderen. Bij iedere aangifte werd de achternaam anders gespeld. Geurt zelf kon niet schrijven, blijkt uit een van deze akten, dus dat zal zeker meegespeeld hebben.
Voorbeelden schrijfwijze achternaam in geboorteaktes kinderen:
Hendrikje Gerritse 1809
Willemijntje Gertsen 1811
Gerrigje Garsen 1814
Samelja Gerssen 1817
Dirkje Gersen 1821
Gerrit Gersen 1824 (mijn voorvader)
Hendrik Gersen 1827
Toch is er een zekere ontwikkeling naar de naam Gerssen zichtbaar. Niet toevallig, want de regering van Napoleon Bonaparte had in 1811 iedereen in het Koninkrijk Holland opgeroepen om een vaste achternaam te kiezen en te laten registreren. Een oproep die meerdere keren herhaald moest worden.
Geurt stief uiteindelijk als Geurt Gerssen in 1859 in Vleuten.
Patroniem
Wanneer ik verder terugga in de tijd, is goed zichtbaar dat de achternamen die gebruikt werden zogenaamde patroniemen waren.
Geurt Gerritze/Gerssen had een vader:
Gerrit Geurtze (van Veenendaal) (1730-1797, Leersum). Diens vader heette
Geurt Jansen (1689-1761, inderdaad uit Veenendaal). En diens vader heette
Jan Geurtse
Pas toen de achternamen verplicht werden, kwam aan deze manier van vernoemen officieel een einde, ook in mijn familie. De laatste patroniem werd de familienaam.
De lange s
In akten vanaf 1855 valt me op dat de naam Gerssen geschreven wordt met iets dat lijkt op een ringel-s, maar wat een ‘lange s’ heet. De ſ. Een letter die in het verleden voor de kleine s werd gebruikt. Al aan het einde van de 19e eeuw wordt deze volgens Wikipedia nauwelijks meer gebruikt, maar feitelijk gebruikte mijn opa die letter zelfs nog in brieven die hij me in de jaren ‘90 schreef.

Hier zie je dat de ambtenaar de lange s schrijft, maar voorvader Gerrit een dubbele s gebruikt.
En hier gebruikt de volgende Gerrit Gerssen (1855) wel de lange s in de ondertekening van een notariële akte van een veiling in 1893.

En ten slotte: mijn opa.

Zowel bovenaan bij zijn naam als in de handtekening de lange s. Dat bleef hij zijn hele leven doen.