In 2024 kreeg ik de vraag om de stamreeks van een familie Hauwert uit Onderdijk/Wervershoof in kaart te brengen. De gegevens waren al bekend tot ongeveer 1809, maar verder terug in de tijd zoeken was de familie nog niet gelukt. De vraag was onder meer of er een relatie was met Albert Pietersz Hauwert, die dijkgraaf was 1610 tot 1625. Het huis waar hij woonde, staat nog steeds in Medemblik (het zogenaamde Koggehuis). Met die vraag ging ik aan de slag.

De resolutie- en inkoopboeken van molenmeesteren…

In eerste instantie was het een lastige puzzel in de doop-, trouw- en begraafboeken. Maar op enig moment – via de website Molendatabase – stuitte ik op de naam Hauwert in een – zoals ik het noem – molenboek. Ofwel: Resolutie- en inkoopboeken van molenmeesteren der Vier Noorder Coggen”, registers houdende resoluties van dijkgraaf en molenmeesters, verslagen van hun inspecties van molens en molenwerken, en (vanaf 1710) van de inkoop van hout, benodigd voor deze werken, 1695-1811. Dat bleek een interessant spoor. Een die niet naar de (hervormde) dijkgraaf leidde, maar wel naar een familie van molenaars. Daarvoor moest ik naar het archief.

Oude boeken met informatie over molens en molenaars. De bewuste familie Hauwert die ik onderzocht, was rooms-katholiek en woonde en leefde rond Wervershoof en Onderdijk in Noord-Holland. Dit gebied viel onder het voormalig ambacht en waterschap de Vier Noorder Koggen. Dit ambacht was verantwoordelijk voor het onderhoud van een deel van de West-Friese Omringdijk en voor de bemaling van de boezem van het ambacht. Rond Medemblik stonden vijftien achtkantige poldermolens (in de boeken toen ‘watermolens’ genoemd) die daarvoor zorgden. Aan het hoofd van het ambacht stond een dijkgraaf. In de 18e eeuw zat daar geen Hauwert tussen. Onder de molenaars van de watermolens echter, kwam ik de naam wel tegen.

Molenaarsfamilie in de Vier Noorder Koggen

Van 1696 tot 1822 staan alle molenaars binnen de Vier Noorder Koggen in de genoemde boeken. Deze namen – en de aantekeningen daarbij – hielpen me de stamreeks Hauwert in kaart te brengen. Toen ik vervolgens met de gevonden informatie weer naar de doopboeken en begraafinschrijvingen keek, stond het woord ‘molen’ of ‘watermolen’ opvallend vaak genoemd bij de mensen naar wie ik nu gericht kon zoeken. Zo kon ik de gegevens in de molenboeken aan de familie koppelen.

Een link met de dijkgraaf heb ik zoals gezegd niet kunnen vinden. In de buurt was in die tijd wel een plaatsje dat Hauwert heet en dat tegenwoordig valt onder de gemeente Medemblik. Dat de naam Hauwert daarvandaan komt, lijkt een logische conclusie, en dus ook dat er meerdere families Hauwert waren.

Watermolens van De Vier Noorder Koggen, Westfries Archief, omstreeks 1900.

Een schrijnend feit dat mijn klant deelde, is dat de meeste mannelijke familieleden in zijn familie al vroeg overlijden aan een hartkwaal. Dit zag ik ook terug in mijn onderzoek. De meeste van de voorvaderen Hauwert in deze stamreeks hebben hun vader niet of nauwelijks gekend. Dat zie je hieronder.

Hauwert-stamreeks: een hard bestaan van molenaars en sterke weduwen

De vroege voorvaders van deze familie Hauwert waren dus zoals gezegd geen dijkgraven, maar de hardwerkende bemalers van de watermolens in de Vier Noorder Koggen. Een bestaan dat zwaar en ongezond was: het loon was karig, de werkdagen (en nachten) lang, en de molens waren tochtig en koud.

Wat direct opvalt in de gereconstrueerde stamreeks, is een tragisch patroon dat de huidige familie helaas herkent: de mannelijke lijn wordt getekend door vroegtijdig overlijden, waardoor zonen hun vaders nauwelijks hebben gekend. Tegelijkertijd laat de geschiedenis zien dat juist de vrouwen (de weduwen) de spil waren die de familie en het werk voortzetten.

Generatie 1: Pieter Volkerts (overl. 1708) De stamreeks begint bij Pieter Volkerts (getrouwd in 1695 met Geert Meinderts). Uit de resolutieboeken blijkt dat hij op 24 maart 1708 overleed op molen 6. Zijn oudste kind was toen amper elf en zijn jongste moest nog geboren worden. Om het verlies op te vangen, wezen de molenmeesters zijn weduwe in eerste instantie aan als zijn formele vervanger.

Over de molen die hij bemaalde, molen 6, is een archeologisch rapport verschenen waar hij ook in genoemd wordt. In dit rapport staat ook mooi en kernachtig omschreven hoe een molenaar leefde: 

‘Uit de historische bronnen ontstaat een beeld dat de molenaar een belangrijk, maar weinig gewaardeerd beroep uitoefende. Hij verdiende, omgerekend naar huidige maatstaven, circa 45 euro per jaar, moest soms meerdere etmalen achter elkaar doorwerken, ook in de nacht, en als de molen niet draaide moest door de molenaar onderhoud worden gepleegd. De molen was tochtig, vochtig, donker en de woonruimte was klein. Daarnaast was het loon te laag om van te kunnen leven en werkten vele molenaars ook nog als arbeider buiten het werk als molenaar om. Voordelen waren er echter ook. De molenaar mocht gratis in de molen wonen en er was een mogelijkheid om wat vee te weiden, te vissen en bijvoorbeeld een moestuin te onderhouden op een eigen stukje grond.’

Generatie 2: Pieter Pietersz (1699 – 1741) Zijn zoon, Pieter Pietersz, trad in de voetsporen van zijn vader en werd eveneens molenaar. Ook hij kwam jong te overlijden; hij verongelukte op de molen in februari 1741. Wederom stond een weduwe er alleen voor. Zij nam de rechten op de molen over en liet deze namens haar bemalen, totdat in 1765 haar oudste zoon oud genoeg was om het stokje over te nemen.

Generatie 3: Pieter Pietersz Hauwert (1741 – 1794) Haar jongste zoon, Pieter Pietersz (1741-1794), vormt de volgende schakel. In zijn doopakte staat de aangrijpende aantekening ‘posthumus’: hij werd geboren ná het fatale ongeluk van zijn vader op de molen en heeft hem dus nooit gekend. Bij zijn trouwinschrijving in 1775 staat expliciet vermeld “uit een der watermolens”, en hier duikt voor het eerst de naam Hauwert op. Pieter overleed in 1794 op 53-jarige leeftijd. Ook nu mocht zijn weduwe met de kinderen in de molen blijven wonen en werken, totdat haar zoon Pieter in 1797 het malen overnam.

 
Het huwelijk van Pieter Pietersz Hauwert ‘uit een der watermolens’ met Trijntje Ruijlofs Pieter overleed in 1794, 53 jaar oud. Zijn weduwe mocht met de kinderen in de molen blijven. Vanaf 1797 bemaalde zoon Pieter de molen.

 

Generatie 4: Jacob Hauwert (1779 – 1824) Een andere zoon van Pieter, Jacob Hauwert, bemaalde achttien jaar lang molen nummer 4. Ook hij stierf jong, op 44-jarige leeftijd.

Generatie 5: Klaas Hauwert (geb. 1813) Zijn zoon Klaas (geboren in 1813) is de eerste in de stamboom die het roer omgooide: hij werd geen molenaar. Maar het patroon van vroeg overlijden bleef hem helaas niet bespaard; hij was pas elf jaar oud toen zijn vader Jacob overleed, en stierf zelf op 54-jarige leeftijd.

Het archief vertelt zo een hard maar indrukwekkend verhaal: een ketting van zonen die opgroeiden zonder vader en al jong de zware poldermolens moesten overnemen, ondersteund door sterke weduwen die het recht op de molen – en daarmee het dak boven hun hoofd – veilig wisten te stellen.

Deel van de Nieuwe kaarte van Dreghterlandt ende Vier Noorder Koggen, 1735-1736, vervaardigers P. (Pieter) Straat, H. (Hendrik) de Leth, J. (Jacob) Benningbroek, J. (Jan) Harge, Westfries Archief.

Met medewerking van het Westfries Archief, vooral een woord van dank voor Peter Swart, die zelf onderzoek heeft gedaan naar afstammelingen van dijkgraaf Hauwert.