In mijn werk als stamboomonderzoeker ligt mijn focus onder meer op het blootleggen van familiepatronen en het bovenhalen van het echte verhaal. Onlangs had ik een telefoongesprek met iemand die de geschiedenis van haar voorouders in kaart wilde brengen. Toch aarzelde ze enorm. Of liever gezegd: ze blokkeerde. De reden?

Familiegeheimen.

We denken bij geheimen vaak aan: ‘daar praten we niet over.’ Op zichzelf is iets geheim moeten houden al enorm zwaar en doet dit ten diepste iets met je. Maar in ons gesprek ontdekten we dat het nog dieper zat. Het ging niet alleen om het zwijgen zelf, maar om de emotionele lading van datgene wat verzwegen moest worden.

Maria van der Wolk, oude foto 19e eeuwAls kind voel je die vaak onuitgesproken spanning haarfijn aan. Voor je het weet neem je de onverwerkte emoties van de generatie boven je op je schouders. Een eenzame taak, want met die opgekropte spanning kun je nergens terecht. Iets geheim moeten houden of het gevoel hebben dat er geheimen zijn, houdt je letterlijk tegen om je eigen ruimte in te nemen.

Een paar uur na ons gesprek kreeg ik een berichtje van haar. De opluchting dat dit mechanisme eindelijk uitgesproken en gezien mocht worden was zo groot…

Dit is onder andere waarom ik dit werk doe en waarom deze gesprekken me zo raken. Het doorbreken van die geheimhouding is de eerste stap om jezelf te bevrijden van een emotionele last die je voelt maar eigenlijk niet van jou was. Pas dan ontstaat er ruimte om je echte (familie)verhaal te onderzoeken en op te (laten) schrijven.